Wandelschoenen passen

Twee tips voor het uitproberen van wandelschoenen:

  • Neem uw wandelsokken mee naar de winkel als u wandelschoenen gaat kopen. Daarmee voorkomt u dat de schoenen tijdens het wandelen veel groter of kleiner uitvallen dan in de winkel.
  • Koop uw schoenen op een doordeweekse dag. Dan heeft het personeel meer tijd voor u.

Pas in de winkel zoveel mogelijk wandelschoenen. Loop er een stukje mee. Veel buitensportwinkels hebben speciale hellinkjes, zodat u kunt voelen hoe uw schoenen bergop of bergaf zitten.
Wat niet acceptabel is: een wandelschoen mag bij het lopen nooit knellen of pijn doen. Koop schoenen nooit te klein. Zorg ervoor dat uw tenen altijd genoeg ruimte hebben, ook als u bergaf loopt. Let ook op de enkels: hebben ze voldoende steun?
Wat wel acceptabel is: de eerste stappen met een nieuwe wandelschoen zullen altijd wat stroef zijn. Pas als u er een paar dagen op gelopen hebt, worden ze soepeler.

 Onderhoud

  • Na modderige tochten kunt u het ergste vuil met koud of lauw (niet heet!) water afspoelen.
  • Wandelschoenen zijn nooit helemaal waterdicht, maar u kunt wel een heel eind komen door schoenen met weinig naden te kopen en die naden te sealen.
  • Laat natte berg- en wandelschoenen nooit naast een kachel drogen. Het leer kan dan uitdrogen en niet zelden kunt u uw schoenen dan direct weggooien. Beter is om het inlegzooltje eruit te halen en krantenproppen in de schoen te stoppen. Het drogen duurt dan een stuk langer, maar uw schoenen gaan aanzienlijk langer mee.
  • Smeer wandelschoenen regelmatig in met ledervet, wax of andere middelen. Meestal krijgt u bij de aankoop van uw schoenen een geschikt middel of merk mee. Zo niet, vraag er zelf naar.
  • Schoenen van de categorie├źn B, C en D hebben meestal Vibram-profielzolen. Controleer regelmatig of deze nog niet versleten zijn. u kunt ze bij een gespecialiseerde schoenmaker laten verzolen. Ook iets wat regelmatig moet worden vervangen: inlegzooltjes, want die worden na verloop van tijd steeds platter.